Slechte Adem

In België nog, op de vooravond van mijn vertrek naar Brazilië, had mijn ex-vriend Wilfried Lories mij uitgenodigd voor een avond uit op een boerderijtje, omvormd in een “dancing” ergens in de omstreken van Pittem. Hij was vergezeld van de ene of de andere treute en voor mij had hij een kennis meegebracht die in zijn buurt woonde, in Roeselare.

Ik had me nog maar pas neer genesteld op de achterbank van zijn opgefokte “VW-kever” (geschonken door zijn lief Papaatje omdat hij meer dan zestig percent van de punten op zijn examens had behaald in het HTI in Oostende) en het meisje naast mij was al bezig mij op te hitsen. Om precies te zijn: aan mijn linkeroor-lel te zitten sabbelen. Ze wou daarna perse, wilde ik of wilde ik niet, mij op de mond zoenen. Een tongkus, wel te verstaan.

Als er iets bestaat dat mijn geilheid onmiddellijk uitschakelt is dat de stank van rotte eieren of die van vergane kabeljauw. Tot op heden.

Toen ik bijkwam van de opgedwongen zoen, rook en smaakte ik de stank van haar adem en speeksel, waarvan ik bijna moest walgen/kokhalzen. Diene avond is er niets meer gebeurd de moeite waard te vertellen, tenzij dat ze op de terugweg, al een gat in de nacht en zonder voorafgaande inleiding, de pijp wilde toepassen. Al een beetje richting Bagdad liet ik haar maar begaan, tot op het moment dat ze aanstalten maakte haar middelvinger in mijn achterwerk te doen verdwijnen. En dat heb ik, met de nodige afkeer, kunnen vermijden. Als diene grijs gekleurde “kever” nog altijd bestaat, dan kan de plek op de zetel achteraan zeker nog getuigen van haar vaardigheid. Ik heb er haar nadien van verdacht eerst veel geoefend te hebben op Wilfried.    

Haar stinkende adem heb ik, jaren later, herkend bij een hoer in Rio De Janeiro. Het gelijkt echt op straf bleekwater. Toen ik haar aandacht daarop had getrokken, legde ze onbewogen en zelfs vriendelijk uit dat ze diene dag al vier keren aan de pijp had gezogen en dat ze altijd gereed was voor méér. Zonder enige twijfel, het goedkoopste en rapste programma, in haar repertorium.

We leefden allebei in Roeselare (Rumbeke) maar hij heeft me nooit een lift aangeboden naar, of van, Oostende uit vrees, waarschijnlijk, dat het extra gewicht veel onkosten zou teweeg brengen.

Ik bleef dus klant van de trein, te voet stappend naar en van het station in Roeselare en in Oostende. Slechts toen ik mijn laatste jaar daar aan het doen was slaagde ik erin me mijn eerste zware moto aan te schaffen, een FN gemaakt in België, nog vóór de tweede wereldoorlog, met een vermogen van 400 cc, waarmee ik door regen, wind, ijzel en sneeuw naar Oostende trok. Ik heb hem meermalen voorbij zien rijden in zijn supersnelle VW’tje, lustig brommend en toeterend. Het herinnerde mij mijn eigen vaderke die, wanneer het slecht weer was, de kinderen van de geburen naar school reed in zijn Franse Citroen, een ware slee, in de jaren zestig nog. Toen ook keken deze kinderen mij ná, in de achteruitkijkruit, lachend van de pret, terwijl ik voort sukkelde op de velô van mijn zuster, in de pletsende hagel. 

Later heeft hij mijn snel groeiende verliefdheid op Doris, een vriendin van zijn “treute”, met alle mogelijke valsheid, volledig gekelderd en vernietigd. Oorzaak van jarenlange wanhoop en ellende.

De hel, voor hem en zijn treute, is een weelde.

Spreek van een koppel, intussen getrouwde, klootzakken…

Ik zit er hier HEVIG bij te bleiten…

Man (56) uit Hamont-Achel sterft tijdens jachtpartij in Krugerpark

Een hyena beloert impala-antilopes in het Krugerpark.
 thinkstock Een hyena beloert impala-antilopes in het Krugerpark.
Een 56-jarige man uit Hamont-Achel is zondag om het leven gekomen in het beroemde Krugerpark in Zuid-Afrika, zo meldt Het Belang van Limburg vandaag. Eric Sevens was op vakantie en nam deel aan een jacht op klein wild. Hij stierf door een kogel in het hoofd.

De plaatselijke politie is een onderzoek gestart naar de omstandigheden waarin Sevens om het leven kwam. Hij werd mogelijk geraakt na een verkeerde manipulatie van zijn eigen jachtgeweer.

Een (klein, maar veel betekenend) misverstand

Ik had nog geen volledig jaar voltooid op mijn werk in Rio de Janeiro en ik werd al naar Boston gezonden om daar een internationale tentoonstelling bij te wonen over drukmachines. Van de gelegenheid gebruik makend werd ik ook persoonlijk voorgesteld aan onze exporteur in deze stad, met name “Craftsmen Machinery Company”.

Gedurende de voorafgaande weken was ik er herhaaldelijk aan herinnerd geweest door mijn collega’s dat zij, de exporteurs, veel meer geld verdienden met veel minder onkosten en risico’s dan onze firma, voor de machines die wij, door hen, invoerden.

Ik besefte toen nog helemaal niet dat de eigenaars van deze exportfirma, net zoals de algemene managers van onze eigen firma, (de Duitsers Herbert Landsberg en Peter Seidl) van joodse oorsprong waren. Gedurende ons eerste middagmaal in Boston meende ik het gepast de aandacht te vestigen van hun algemene manager, Georges Distler, op de voortdurende reclamaties die ik over hen, dagelijks, voor geschoteld had gekregen in Rio.

De mens kon zijn oren haast niet geloven, onderbrak meteen het middagmaal en eens terug op het kantoor werd ik nijdig bevolen mij “weg te scheren”. Ik had niet goed begrepen waarom eigenlijk, maar ik was wel fier geweest dat ik er hen als eerste op gewezen had dat ze echt te veel mark-up toevoegden aan de prijzen van de machines die WIJ verkochten, installeerden en onderhielden, in Brazilië.

Ik heb verder alleen mijn plan wel kunnen trekken in Boston en in New York waar ik ook onze vertegenwoordiger in de VSA heb ontmoet, Daniel Dantas, die mij verschillende soorten deurklinken overhandigde voor onze Zweedse Directeur in São Paulo, Erik Svedelius. Die maakte er zichzelf prat op dat er in zijn huis niets van oorspronkelijk Braziliaanse oorsprong te vinden was en alles, zelfs zijn deurklinken, vanuit het buitenland geïmporteerd werden door “draagezels” zoals ik.

Toen ik terug keerde naar ons kantoor in Rio, kreeg ik onmiddellijk de indruk dat het daar fel aan het waaien was. De eigenaars van de exportfirma in Boston hadden inmiddels een kleurrijke brief opgezonden naar de Braziliaanse Directeur van mijn firma, erover reclamerend dat ik een “ANTISEMIET” was.

Ik heb maar pas later verstaan dat het echt daarover ging en niet dat ik gewoon op het verschil van investeringen, verantwoordelijkheid en risico’s gewezen had tussen onze beide firma’s, in voege voor de commercialisering van Amerikaanse bucht en brol in Brazilië, wat me onrechtvaardig had geleken te zijn om alzo op gelijkaardige basis verder vergoed te blijven worden.

Nog altijd in die waan werd ik geroepen naar een vergadering op het hoofdkwartier, speciaal voor mij opgezet, waar delegaties vanuit Rio en São Paulo mij zouden oordelen op mijn al-of-niet “antisemitisme”. De grote meerderheid bestond uit ne hele hoop joden, van alle soorten en afkomsten, maar eigenaardig genoeg, zonder ene enkele Palestijn erbij.

Ik heb, een beetje verbaasd, op alle vragen eerlijk en objectief geantwoord, terwijl de aanwezigen voortdurend medeplichtige blikken met elkaar wisselden en werd nadien met vriendelijke schouderklopjes terug naar de deur gewezen. Ik had toen nog niet begrepen dat ze het over mijn eventueel prompt ontslag gehad hadden en ontzettend geïnteresseerd waren in mijn visie over de onrustwekkende vergaderingen die ik in de USA gevoerd had.

Ik heb nooit precies geweten wat hun antwoord is geweest op de brief van onze exporteur, maar alleen maar dat het zich betroffen had om een enorm klein “MISVERSTAND”, veroorzaakt door het niet volledig beheersen van de “Engelse” taal.

Ik ben daar nog 37 jaar verder blijven werken en het enige andere misverstand is gebeurd toen ik een generaal die bij ons werkte als veiligheidsverantwoordelijke, op zijn grote tenen had “getert” toen hij mij uitgevraagd had waarom ik mijn auto op de parkeerplaats van de firma had laten staan gedurende het voorafgaande weekeinde en dat hij dat feit had beschouwd als een daad van ROOD COMMUNISME. Later meer daarover.

Een jaar daarna heeft Georges, gedurende een tegenbezoek in Rio, mij gevraagd hem naar de luchthaven te voeren. Vooraleer in het vliegtuig te stappen gingen we samen nog een biertje drinken (op mijn kosten natuurlijk) en toen werd hij ineens zo echt danig lief en vertrouwelijk dat ik er weemoedig van werd. Met tranen in zijn varkensoogjes vroeg hij me nederig “hem te vergeven”.

Voor wat, vroeg ik verstomd?

Feit is dat ik nu alles veel beter versta, dan veertig jaren geleden…

In de huidige wereld moet men “of jood” of “of arabier” zijn.

Gewone MENSEN, bestaan niet meer.

OSHIN DERIEUW WERELDKAMPIOENE BOKSEN

15/04/2018
De Rumbeekse Oshin Derieuw (30) heeft in het boksen de WBF-wereldtitel gewonnen bij de superlichtgewichten.

Oshin Derieuw was in het Noord-Franse Hénin-Beaumont, waar ze ook traint, sterker dan Lina Tejada (25) uit de Dominicaanse Republiek. Derieuw haalde het na 10 ronden op punten. Vorig jaar werd ze al Intercontinentaal en Europees kampioene bij de WBF. Derieuw uit Roeselare combineert het boksen met een job in een wellnesscenter in Kortrijk. De droom van Oshin: vechten voor de wereldtitel bij de WBC, dat is de hoogst aangeschreven boksbond.

Ik zit er hier bij te bleiten..

Wordt deze Vlaamse die twee jobs combineert straks wereldkampioen boksen?

Overdag werkt ze als manager in een wellnesshotel, ’s nachts is ze conciërge en elk vrij moment staat ze in de boksring. Oshin Derieuw weet van aanpakken. De jonge West-Vlaamse is topfavoriet om zaterdag wereldkampioen bij de superlichtgewichten te worden. Tijdens een training laat ze ons zien wat knokken is.

Ze is, uiteindelijk, van Rumbeekse afkomst.

PS: sedert enkele jaren al behoort Roeselare bij Rumbeke

Over KNECHTEN en MEIDEN

Ik heb iets principieel’s tegen het gebruik van het woord KNECHT en ik zal uitleggen waarom.

Tegenwoordig wordt deze term nog regelmatig aangewend in het wielrennen, maar het is al veel erger geweest.

Het stuit mij tegen de borst.

Als er een knecht bestaat, dan bestaat er ook een MEESTER. En dat, volgens mij, is onuitstaanbaar. Het kan wel, zonder veel ophef te veroorzaken, gebruikt worden in verscheidene onschuldige aanspraken zoals schoolmeester, penningmeester, meesterkok, bouwmeester en dergelijke maar het kan ook in rechtstreeks verband gebruikt worden met de vroegere betekenis ervan, zoals slavernij, uitbuiting, onderdrukking en rechtstreekse “vermindering” van de persoon in kwestie, man of vrouw.

Ik ben nooit bereid geweest, ben niet bereid en zal nooit bereid worden, om een andere mens blind te gehoorzamen en zal ook nooit eisen dat iemand mij blind volgt.

Blind gehoorzamen komt overeen met een domme “soldaat” zijn. Een robot. Een mens die niet denkt, oftewel zijn verstand niet wil en wenst te gebruiken en liever met wapens omgaat. Somtijds, in de meerderheid van de keren, ook zijn eigen “wapen” effectief in werking stelt om te kwetsen (op alle gebied), te doden en te verkrachten, allemaal zonder te weten, of te willen weten, wat de andere wel verkeerd heeft gedaan, tenzij evengoed gehoorzamend aan een andere meester.

Bestaat er iets WEERZINWEKKENDER?

Ik kom nog van de tijd wanneer mijn eigen nonkel, nog niet eens vijftig jaar geleden, het woord “knecht” gebruikte om zijn hulp in de bloemisterij aan te spreken. Hij werd wel betaald, genoeg om te overleven, maar ik voelde ogenblikkelijk medelijden met hem. Zijn naam was Medard. De heilige Medard.

Een absoluut eerlijke, werkzame en gehoorzame mens, bereid om alles te doen, waar en wanneer de Meester hem dat beval. Ik heb mezelf, toen al, achter Medard geschaard. Ik luisterde vooral over alles wat hij te zeggen had. En wanneer iemand bereid was te luisteren, dan dan had hij meer te zeggen dan wat men gedacht had. Godsdienstig zoals geeneen, was hij onderdanig en menige keren werd hij gewoonweg uitgevloekt. Dat behoorde absoluut bij zijn simpel bestaan. En de Godsdienst werd hem bijgeleerd zodat hij nooit in opstand zou treden. Het bevestigde mijn opinie dat elke Godsdienst geen enkel ander doel heeft dan de kudde te helpen onderdrukken. Samen met de hel, waarover onze goede oude PAUS nu beweert dat deze niet bestaat. Eindelijk!!

Zoals de ongeschreven wetten echter voorschrijven, werd die uitspraak (zelfs die van de Paus, die in theorie en ook in de praktijk, onfeilbaar is) algauw ontkent door enkele van zijn medewerkers, de meest onbeschaamde, die deze uitspraak verloochenen. Bang zoals ze zijn onderdrukte mensen aan te sporen daar niet mee bezig te zijn. ZIJDE GIJ ZOT misschien, meneer de PAUS?

Gade ons werk van twintig eeuwen, in een oogwenk, vernielen?

Hoezo, de hel bestaat niet?

Dan bestaat de hemel dus ook niet?

Dat is laster en achterklap!

Leve de gloednieuwe, vers gebakken PAUS!!

Voor het eerst in jaren geloof ik terug in een Paus.

Maar nu, terug naar onze knechten.

In feite heeft het woord MEID, daar ook alles mee te zien. Daarom heb ik ze allemaal, in Brazilië, met eerbied behandeld en betaald. Sommige ervan houden tot heden van mij (bijna verraadde ik mezelf door het woord AANBIDDEN te gebruiken, maar ik heb mij bijtijds hersteld). Maria Domingas, mijn laatste “meid” in Rio, die met een plastieken supermarktzakje vol met haar weinige bucht en brol is gearriveerd vanuit São Luis do Maranhão, dertig jaar geleden, is nu deftig getrouwd met een man/ondernemer, heeft haar eigen appartement, een auto en alles wat je je kunt voorstellen op gebied van huishouden en gemak. Bovendien heb ik haar aangespoord en haar onkosten daarvoor zelfs betaald om naar de stad Palmas in de Staat Tocantins te reizen, toen ik vernam dat haar jongere zwangere en eenzame zuster daar, een abortus van plan was te plegen. Ik ben niet principieel tegen abortus, maar Maria Domingas zelf verlangde oneindig veel naar een kind. Gedurende een operatie echter, toen ze nog tiener was, om een goedaardig gezwel in haar baarmoeder te verwijderen, in haar geboortestad, hebben de dokters, op aanraden van de centrale regering, er meteen alles uitgehaald wat enigszins met een eventuele zwangerschap te zien kon hebben. Haar twee eierstokken, erbij gerekend. Op het ogenblik dat haar zuster in het hospitaal opgenomen werd, is ze ogenblikkelijk vertrokken met de bus. Toen ze er nochtans aankwam, na dertig uren rijden, was het kind al geboren. Haar zuster heeft echter wel haar woord gehouden en ze heeft het kind, zonder weerstand, meteen afgestaan. Ongelukkig genoeg echter, werd het kind, door het hospitaalpersoneel, geregistreerd op de naam van de biologische moeder, haar zuster, in plaats van het rechtstreeks op de naam van Maria Domingas te zetten (wat toen nog, in de praktijk, mogelijk was). Luiza is de naam van het kind. Ze weet nog altijd van niets, maar ik vraag me af: is ze niet van hetzelfde bloed? Maria Domingas is er, voor de eerste keer van haar leven, op mijn kosten, mee op het vliegtuig gestapt en heeft er, sedertdien, ongelooflijk goed voor gezorgd. Dat is LIEFDE in de eerste, tweede en ook in de derde graad. Het is niet allemaal gemakkelijk geweest, want na twee jaar is de zuster naar het gerecht gestapt om het kind terug op te eisen. Gelukkig heeft de kinderrechter, na twee lange jaren, beslist de door haar eigen schuld zelf geschapen situatie te respecteren. Was het Maria Domingas niet geweest, het kind zou niet geboren zijn, maar vermoord.

Ziedaar, een meid die van mij houdt. Zonder seks erbij. Bij haar vorige collega was het anders, maar het had ook met liefde te zien. Ik mag het gerust zeggen, ik heb er een tiental gehad en geen enkele ervan heeft mij naar het gerecht gesleurd. Iets wat alle dagen gebeurt.

Nu genoeg van de meiden en terug naar de knechten.

Ik luisterde naar Medard alsof het mijn eigen vader was. Want ik hield van luisteren. Meer dan nu, waarschijnlijk. Net zoals ik ook al luisterde naar de buur van mijn Nonkel, Cyriel Schatteman, de broodbakker, die net zoals ik een kind vroegtijdig verloren had. Zelfdoding, of zelfmoord. Wat is het verschil? Misschien een vader die er NIET rap genoeg bij is geweest?

Een knecht? Uma OVA!

Een mens!!

Bericht

Omdat Proximus/Skynet, na jarenlang werk, er gewoonweg mee ophoudt, zijn we verplicht onze blog’s naar ergens anders te verhuizen. En daar zijn we nu mee bezig.

Proximus heeft het moeilijk gehad zijn naam te maken.

Het is gemakkelijk geworden hem terug te verliezen.

De enigmatische glimlach van de Chinese President: Xi Jinping

Net zoals Mona Lisa lijkt het erop dat achter zijn immer aanwezige glimlach, er zich een geheimpje verschuilt.

Om super eerlijk te zijn, ik houd van zijn glimlach. Het doet hem met kop en schouders boven Trump uitsteken. Trumpje verdwijnt in het NIETS naast Xi. Als hij denkt dat hij iets weet, dan is Xi daar al heen en terug van geweest.

Mensen die ALTIJD glimlachen zijn belangrijk. Zelfs wanneer het persoonlijk noodlot hen achtervolgt, dan nog zijn ze ongenaakbaar en ontwapenend. Ik weet dat het zich, af en toe, betreft om een ongewilde uitdruk en te zien heeft met een vertrokken aangezicht, maar dan nog maken ze indruk. Men voelt zich op hetzelfde ogenblik aangetrokken en ook heimelijk ongerust. Vertrouwd en geprikkeld nieuwsgierig.

Wat heeft deze man te verbergen? Waarom zoveel zelfvertrouwen? Ongenaakbaarheid? Waarom gaan eendere mannen zover in het leven? Zijn ze dan werkelijk nooit eens triestig? Teneer geslagen? Waarom trekken ze mij aan? Zou ik mijn geld wel aan hen toevertrouwen?

Natuurlijk, zeker en vast. Hij heeft er geen enkel belang in te verdwijnen met niets. En met veel, nog minder. Hij heeft er wel belang in dat je je rustig voelt. Opgewekt en rustig positief.

Je krijgt geen vat op iemand die voortdurend glimlacht. Ik zeg wel glimlacht en niet LACHT. Want teveel lachen leidt naar onnozelheid. Diene Kim van Noord Korea mag wel snugger zijn, maar zijn lach verstoort. Net alsof hij niet meer beschikt over al zijn vijf vijzen. Maar Trump overtreffen in LOMPHEID doet hij niet. Ten hoogste evenaart hij.

Er bestaat geen de minste twijfel over dat China, op den duur, de grootste wereldmacht zal worden. Met de glimlach van Xi erbij, als gratis toemaatje. Lachend van de Amerikaanse boel zoals geen andere, waarbij zelfs Poetin, Trump in zijn handen houdt. Het gaat zonder spreken dat dat gedoe met het Gouden Stortbad van Trump, gefilmd is geweest en dat Poetin dat op het juiste ogenblik aan de mensheid openbaar zal maken.

Wie nog leeft, zal het zien.

Een opgedraaide worst zoals Trump zal er letterlijk bij verzwolgen worden.

Iedere keer ik diene “big mouth” zie herinner ik mij Harry Andree, een Duitser die kort na de oorlog gevangen genomen is geweest en gediend als persoonlijke lijfwacht voor Generaal Eisenhouwer. Een enorme bruut met varkensoogjes die net als Trump denkt en handelt. Hij heeft mij eens meegenomen naar dat enorm natuurpark in Florida, waar er krokodillen en andere reptielen bij de duizenden leven. Toen ik even omkeek naar een zwart opdienstertje, terwijl we een pintje aan het drinken waren, verwittigde hij me, me niet te vermengen met zwarten. Een duidelijke racist en fascist, opgeklommen tot Directeur International Sales van de multinationale firma Rockwell International. voor wie we, in Brazilië, offset drukmachines verkochten.

Hij is eens vlakaf ontmaskerd geweest gedurende een rondetafel vergadering in Rio door Adolpho Bloch, uitgever en eigenaar van diverse tijdschriften, die hem, eigenaardig genoeg, bijna onmiddellijk heeft aangesproken in het Duits en binnen luttele minuten de tafel heeft verlaten om nooit nemeer terug te keren.

Ik vermoed dat ze van elkaar hebben ontdekt dat ze in tegenstrijdige kampen stonden en de koper, de verkoper naar de hel heeft verwenst.

Harry Andree, één van de vele Trump’s van de VSA.

Dat Lucifer hem intussen onder zijn hoede heeft genomen!

Zoals ze het zeggen in Brazilië: “um tremendo Filho Da Puta”.

Com todo o respeito.

Zilma, de jongere zus van Hilma

Ik begrijp niet goed waarom, maar ik heb vannacht gedroomd van Zilma, de jongere zus van Hilma, mijn eerste vrouw en die ik al minstens veertig jaar niet meer zie. Nu moet ze ook al dicht bij de zestig zijn. Ze was toen nog een kalm en lief meisje (in schel contrast met Hilma), met een hese stem, eerder mollig maar helemaal niet dik. Wel stevig en gezond, met alles op zijn plaats. Ik zou met haar wel willen gevrijd hebben, zat Hilma niet in de weg. En deze laatste was verschrikkelijk jaloers. Ze hadden een nog jongere zuster Edna, maar die was nog helemaal groen. Ook lief, maar met een overdreven triestige blik. Ze lachte wel een beetje ingetogen, maar men zag duidelijk dat ze eerder verkoos te huilen. Ze had echter al felle vooruit priemende en adembenemende borsten, waar ik nauwelijks weg kon van kijken.

De familie bestond uit tien kinderen en de moeder, een weduwe. Vijf jongens en vijf meisjes. Ruy, Israel, Sebastião, Gilson, João, Hilma, Zilma, Edna en nog twee andere zusters. Hun vader was gestorven twee jaar vóór ik kennis maakte met Hilma. Thuis en IN de armen van Hilma dan nog wel, die dat nooit meer te boven is gekomen. Ik mocht hen praktisch allemaal, tenzij die twee waarvan ik de naam heb vergeten. De oudste wilde mij perse in de handen spelen van een vriendin die een gay zoon had en die ongeveer veertien was toen en die samen met zijn vriendje, ook een gay, mij probeerden, in de duistere woonkamer waar we door haar aan het slapen waren gelegd, doodgewoon af te trekken. Ik heb me moeten afzonderen in de keuken, met een op slot gedraaide tussendeur, om er vanaf te kunnen geraken. De andere zuster, liet ze mij opgewonden eens weten, verlangde er naar een terechtstelling, LIVE in de VS, bij te wonen, terwijl een zak popcorn op smullend.. Genoeg om mij voor mijn verdere leven te doen walgen en kotsen van haar. Ik kon het ook niet verdragen dat hun moeder, om de haverklap, een kip een kopje kleiner wilde maken. Met een schaar dan nog. Ene keer zelfs in het bijzijn van mijn zoon, toen maar pas enkele jaren oud. Ik heb hem woest weg getrokken. Ze was wel een goede en strenge moeder van tien, maar dat alledaagse gedoe met die kraaiende en weg vluchtende kippen in hun tuin paste niet bij mij.

De eerste van de broers die gestorven is, bij mijn weten, is Gilson, besmet door een raar virus (bacterie?) in zijn hart, waarbij hij geestelijk volledig helder bleef, maar lichamelijk, zienderogen aftakelde. Hij had toen al een zoon en een dochter, allebei tieners, de eerste gay en de dochter vreselijk aan de seks verslaafd. Ik weet niet hoe ze het kunnen redden hebben, zonder hun vader. Het viel mij toen al op hoeveel gay’s er wel waren in Rio (ik heb altijd verdacht dat een TEVEEL van knappe meisjes, gemakkelijk bereid om er op los te vrijen, zoiets veroorzaakt). Later, in Recife, werd dat nog erger en de gay’s worden daar zelfs als een product voor export beschouwd. In tegenstelling met de bevolking van Rio leeft er in Recife het grootste aantal lelijke mensen per vierkante meter, op de aarde (Middelkerke niet meegerekend). Deze “viados”, “bichas” en “boiolas” gelijken meestal zoveel op de natuurlijke meisjes dat, wanneer ze zich van hun onderbroek ontdoen en hun komkommer plotseling om de hoek komt loeren, men zich werkelijk een bult verschiet. Vreselijk… 

Enkele jaren na de dood van onze zoon Rudo Jr. heeft Hilma praktisch de zoon geadopteerd van haar jongere broer, Sebastião, de gezondste en sterkste van hen allen. Mijn eerste vrouw heeft hem omgedoopt tot “Pedro Van Leuven” (wat ik haar eigenlijk uitdrukkelijk had verboden). Dat moest zijn droom vervullen om een Braziliaans model, met Belgische en ADELLIJKE ROOTS, te worden die alleen maar aan zijn kloten hoefde te scharten om de dag door te brengen. Ik vermoed dat Hilma gedreven werd door het feit dat hij enorm veel op Rudo Jr. geleek. Allebei, dicht bij de meter negentig, blond en mannelijk mooi. Er heeft wat roddel bestaan over een eventuele verhouding tussen hen beiden, maar daar geloof ik niet veel van, tenzij hij op haar rijkdommen uit was (of nog altijd is?), die de moeite waard waren (een groot deel oorspronkelijk van mij) en zij, op zijn komkommer.

Op een zeker moment heb ik getracht Zilma aan het been te smeren van Guido, een andere West-Vlaming die in Rio verzeild was geraakt, maar dat is niet gelukt. Ze waren allebei te schuchter om er iets mee aan te kunnen vangen. Guido is op den duur getrouwd met een andere vriendin van ons, Cristina, die niet gewacht heeft op zijn uitnodiging en hem letterlijk verkracht heeft op het strand van Copacabana, gedurende een oudejaarsavond daar. Ik vermoed dat, in Brazilië, de meeste “vellekes” eraan moeten geloven gedurende carnaval en op oudejaarsavond. Zij was wel niet meer maagd dan, maar Guido was dat wel. Spreek van een HEET stuk vlees en een versmachtende omhelzing. Van Cristina, bedoel ik.

Ruy, de oudste, was naar het zuiden van Brazilië uitgeweken waar hij onderhandelde met instrumenten die metalen objecten in de grond lokaliseren. En onder andere dus, ook goud. Ik geloof dat ik mij nu een exemplaar zou aanschaffen, had ik de kans. Het moet echter geen absoluut succes geweest zijn want op den duur is hij terug gekeerd naar Rio en heeft hij zich uitgenodigd om bij ons te komen logeren. Ik heb dat toen aanvaard omdat zijn vrouw van Porto Alegre, zo echt lief en liberaal was dat ze er geen graten in vond topless in ons appartement rond te defileren, wat ik heerlijk vond. Haar borsten waren werkelijk de moeite waard en men kreeg de indruk dat ze nog maar weinig keren bepampeld en bepoteld waren geweest. Rond, vol en met de punten eigenwijs naar omhoog gericht. Ik denk dat mijn vrouw haar verwittigd heeft dat ik daar teveel mee gediend was en de frequentie is daardoor wat gedaald, zodat ze, wanneer ik eraan kwam, ze verveeld haar bh aantrok. Maar toch nog altijd zonder haast en haar bloesje vergetend. Op een zaterdag namiddag heeft ze mij eens uit genodigd “strippoker” met haar te spelen (we waren gezapig alleen thuis achter gelaten). Dat betekende dat ze, elke keer ze verloor, een kledingstuk zou uit trekken. Dat was allemaal goed en wel, maar dat moest ik dan ook doen en ik kon niet pokeren. Het reëel gevaar bestond erin dat ik vroeger in mijn spannende onderbroek zou komen te staan dan zij in haar mini-slipje en ik ben er halverwege mee gestopt. Met al hun tegenslag en zonder positieve verwachtingen omtrent hun toekomst, zijn ze op den duur dan toch terug vertrokken naar het uiterste zuiden van het land.

Ik heb effectief ook voor de jongste broer (João) en zuster (Edna) van Hilma gezorgd en heb ze jarenlang bij ons laten inwonen. Edna betekende geen enkel probleem en ze kwam goed van pas elke keer Hilma dreigde uit het venster (op het tiende verdiep) te springen. Ze kon zich altijd nog nipt aan Hilma’s mouw vastklampen, terwijl ze op een stoel voor het venster probeerde te klimmen. Alias, dat deed ze alleen maar wanneer Edna dichtbij stond. João studeerde op mijn kosten (daar moeten hogere studies betaald worden) en heeft mij lang als een steun gediend, vooral wanneer Jr. op het sterven lag. Onze verhouding is maar af geknapt wanneer hij de auto van Rudo Jr, die hij bleef gebruiken na diens dood, niet meer terug wilde geven. Voordien had hij mij ook eens betrapt toen hij onverwacht de voordeur had geopend en gezien hoe Creuza, in haar blootjes van boven, de badkamer was binnen gestormd. Het heeft mij tien minuten gekost om, zonder zijn aandacht daarop te trekken, ik bekwaam ben geweest mijn broek terug op te stropen. Maar hij heeft zijn mond gehouden en hij is er nooit nemeer op terug gekomen. De sloeber.

Dit alles, als inleiding voor mijn droom.

Zilma was dus wel stevig gebouwd, maar ze was tevens echt vrouwelijk en vriendelijk.

Wat ik niet begrijp in mijn droom is dat ze zich ontbloot heeft bij mij thuis, ietwat beschaamd in het begin, maar toch opzettelijk en door haar duidelijk gewenst en als natuurlijk beschouwd, in overweging genomen dat ik bij de familie behoorde in de conditie van echtgenoot van haar oudere zuster en dus de beste persoon, bij uitstek, om “haar probleem” op te lossen.

Haar probleem was, wat mij echt verbaasde, dat ze “plat” geschapen was, van voren. De ene borst helemaal niet bestaand, zoals een kiekenborst en de andere, nauwelijks. Daar zou ik nooit greep op gehad hebben, stelde ik, volledig nuchter, onmiddellijk vast. Een droom zonder nut eigenlijk, dus.

Maar het leek me wel alsof ze een betrouwbare man aan het zoeken was geweest om aan haar kleine tepeltjes te sabbelen en te knabbelen, met als enige bedoeling ze te doen ontwikkelen en zó haar droom om grotere borsten te hebben te verwezenlijken. Ze ging blijkbaar uit van het standpunt dat, om ze te doen groeien, de borstklieren langdurig geprikkeld moesten worden en dat ik daar waarschijnlijk veel ondervinding in had. Zonder bijbedoelingen, natuurlijk.

Ik bedank haar daarvoor (voor het vertrouwen, dus), zodanig dat er zelfs een gedachte door mijn hoofd speelt om haar daar nu nog over te schrijven en haar eventueel te vragen of het nog altijd nodig is. Met alle eerbied, weeral natuurlijk. 

Ik heb dan ook beslist niet onmiddellijk op te staan en ben er verder blijven over piekeren hoe ik die taak het best zou kunnen vervullen, hoe laat het ook mag zijn.

In de grond ben ik een goede mens, vind ik.

PS: op dit ogenblik herinner ik mij nog drie andere namen van vroeger: Giselle, nicht van Cristina en geil als de pest, en de namen van de twee andere zusters van Hilma. Maar die zijn intussen weer weg geglipt uit mijn kort geheugen.

PS2: Ilza is er één van